Angst voor de dood – en deze leren omarmen

Leestijd: 4 minuten

Een overzicht van overdenkingen en conclusies op basis van het werk van Byron Katie en PRI van Ingeborg Bosch.

Alle gedachten zijn illusies en bijna allemaal proberen ze mij weg te houden van mijn oude pijnen via de vijf verschillende afweermechanismen – angst, primaire afweer, valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften – zoals beschreven in PRI.

De angst voor de dood ligt ten grondslag aan alle afweermechanismen die zelf ook illusies zijn. Via de verschillende afweermechanismen probeer ik controle te krijgen over leven en dood.

De oorzaak der oorzaken, de kern van alle illusies, datgene waar alles op uit lijkt te komen is de angst voor de dood, de angst voor het niet-zijn → egodood.

Baby’s gaan letterlijk dood als ze geen fysieke liefde en affectie krijgen, dus is het zeer aannemelijk dat baby’s een psychische doodsangst ervaren om niet datgene te krijgen wat ze letterlijk nodig hebben → baby’s zijn dus letterlijk afhankelijk van hun omgeving.

En die doodsangst is waarschijnlijk gewoon te heftig. Dus creëer je als baby dus de illusie van hoop via de illusie van tijd via de illusie van controle, zodat de pijnen en (doods)angsten draaglijk worden. Kortom, via verdringing en ontkenning en de vijf verschillende afweermechanismen scherm ik mij af voor mijn diepe angst om (ieder moment) dood te gaan, er simpelweg niet meer te zijn.

Het hele idee dat ik mijn externe omstandigheden controleer via de vijf verschillende afweermechanismen – angst, primaire afweer, valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften – is dus een illusie. Het enige wat ik doe is mijzelf afschermen voor mijn doodsangst, de angst om er niet meer te zijn.

Dus twee overtuigingen die ik kan uitwerken middels de vier vragen van Byron Katie zijn:

  • Ik moet bang zijn voor de dood, zodat ik betere overlevingskansen heb.
  • Ik heb de controle over mijn levensomstandigheden nodig, zodat ik betere overlevingskansen heb.

Het probleem is niet het feit dat ik werkelijk fysiek dood kan gaan, maar het ego dat niet dood wil gaan – waar ik mij dus mee identificeer via allerlei egomechanismen. Dat is het probleem, niet of ik wel of niet fysiek doodga. Dat is niet van belang.

Fysiek doodgaan is niet het probleem. Het is mijn angst voor de dood – voor het niet-zijn – dat het probleem is. De weerstand tegen het niet-zijn, de leegte, het niets. De weerstand tegen de ervaring dat ik er niet meer ben en ook nooit meer zal zijn (zoals ik mijzelf ken).

Er niet meer zijn.

Dus het probleem is dat ik mijn eigen doodsangst niet onder ogen wil komen via allerlei verdringingen, ontkenningen en illusies. Kom mijn eigen doodsangst onder ogen en het probleem, beter gezegd alle problemen, zijn opgelost.

En zelfs doodsangst is geen probleem. Het is de bestempeling + het oordeelsysteem wat het probleem is. Want waarom is (doods)angst een probleem? Het is een sensatie die komt en gaat als ik deze onvoorwaardelijk durf toe te laten.

Weerstand. Altijd weer die fucking weerstand van het ego.

Alle illusies komen dus voort uit niets. De kern van het hele illusiebouwwerk (= het ego) is de angst voor de dood. Dus de dood is niet het probleem, het ego is het probleem. Het ego wil niet dood, maar wil overleven, en ik geloof dat ik het ego ben. Daarmee ervaar ik het als een probleem.

Ik kies ervoor om te sterven = ik kies ervoor om te leven.   

De hele illusie dat ik een grotere overlevingskans heb via verdringing, ontkenning en de vijf afweermechanismen is totale onzin. Het is een onzin verhaal. De enige reden waarom ik dat doe is angst voor de dood. Ik heb namelijk altijd gekregen wat ik nodig had, zelfs in zeer bedreigende en onveilige situaties, waarmee al mijn strategieën dus achteraf gezien zinloos en niet effectief waren. Ze hebben nooit enig effect gehad, terwijl ik altijd wel geloofde dat het zo was (= beleving).

Sterker nog, door de verdringing en ontkenning en vijf afweermechanismen bleef ik juist in situaties die niet goed voor mij waren en riep ik verder onheil op mij af. In plaats van het onbekende tegemoet te treden koos ik voor een desastreus pad waarin ik mijzelf meer en meer pijn deed. Kortom, ik koos altijd voor angst en niet voor liefde en dus mijzelf.

Het denken en de hersenen doen ook niets verkeerd. Die werken gewoon met de input die ze krijgen = datgene waar ik in geloof + zintuiglijke informatie. De aard van het denken en de hersenen is niets mis mee. Waar wat mis mee is en wat problemen creëert is wat ik geloof (te zijn) → allemaal illusies om mijn angst voor de dood te verbloemen.

Verdringing, ontkenning en de vijf afweermechanismen hebben als baby, als kind en nu als volwassene altijd een averechts en desastreus effect gehad. Door de angst voor de dood niet te omarmen en nooit te hebben omarmd heb ik altijd gekozen voor het pad van ongelukkig zijn, tekort, ellende, onzekerheid, weinig zelfvertrouwen, etc. Ik kan iedereen de schuld geven van mijn huidige situatie, maar ik heb er zelf altijd voor gekozen, bewust hetzij onbewust. En dat is de verpletterende waarheid, dat ik mijzelf dit allemaal heb aangedaan. En niemand anders!

Om mijzelf van alle ellende en problemen en afweermechanismen te bevrijden zal ik uiteindelijk mijn eigen doodsangst moeten omarmen. Op dit moment ga ik mij focussen op de volgende tussenstappen:

  • Onvoorwaardelijk leren voelen zonder in gedachten (= afweer en illusies) mee te gaan.
  • De vijf verschillende afweermechanismen – angst, primaire afweer, valse hoop en valse macht en ontkenning van behoeften – leren herkennen bij mijzelf en de symbolen en betekenis gebruiken als ingang naar mijn oude pijnen.
  • Constant bewust zijn van het ‘hier en nu’ en mijn ‘inner-weten’ volgen.
  • Overtuigingen uitwerken met behulp van vier vragen van Byron Katie.
  • Mantra’s ‘ik ben veilig’ en ‘ik heb geen controle nodig’ voor mijzelf herhalen als ik in afweer schiet.

Mooi constructief lijstje al zeg ik het zelf. ~ lzv