De val uit het paradijs

In het boek ‘Dagboek van de ziel’ van Bertie Hendriks, leerde ik dat elk kind gedoemd is uit het paradijs te vallen – dat is mijn eigen ervaring ook. Freud noemt dit het ‘oceanische levensgevoel’, de eenheidservaring waar je als volwassene naar terugverlangt tot totale samenvallen met wie je bent.

De val uit het paradijs als kind heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen, met welke gebieden weet ik niet precies. Maar nu heb ik een theorie over de val uit het paradijs, geïnspireerd door een bericht over de ‘hemelparadox’. Let op! Het is en blijft een theorie en wordt daarmee nooit absoluut waar.

Voor mij staat het paradijs gelijk aan: ‘alles is goed’, ‘er is geen probleem’, ‘ik heb geen vragen’, ‘ik weet wie ik ben en leef dit volledig uit’, ‘ik ben gelukkig met wie ik ben en hoe ik in elkaar zit’, ‘onvoorwaardelijke acceptatie’ en ‘leven in het NU’. Ik kan de lijst natuurlijk nog veel langer maken, maar dat is mijn inziens niet van belang. In mijn beleving is het paradijs niets anders dat het volledig omarmen van de realiteit op ieder moment: ‘Dat Wat Is’.

Bestaat het paradijs? En zo ja, hoe kom ik daar?

Wat belangrijk is bij zelfonderzoek is of iets werkelijk bestaat. In dit geval: bestaat het paradijs? Waar bestaat het dan? Hoe weet ik dat? En zo ja, hoe kom ik daar? Kan ik het überhaupt bereiken? Laten we het simpel houden en de korte route nemen.

Iets kan alleen bestaan bij de gratie van het tegenovergestelde: de hel of iets dergelijks. Vanaf het moment dat ik geloof in het idee van het paradijs of iets als het paradijs bestempel, ontstaat er direct dualiteit en ‘een waarom’ – bijvoorbeeld waarom bestaan het paradijs en de hel? De bestempeling en het geloof erin resulteren direct in de creatie van vragen én problemen, en daarmee dus in de afbrokkeling van het oorspronkelijke idee van het paradijs.

Uiteindelijk komt het hier op neer:

  • Elke waarom-vraag hier op aarde resulteert in val uit het paradijs.
  • Een vraag impliceert een antwoord en vice versa. Dus elke bestempeling resulteert in val uit paradijs.
  • Het ego stelt de vragen op basis van wat het gelooft.
  • Het ego kan nooit het paradijs bereiken, ondanks dat het denkt het paradijs te kunnen bereiken, vormgeven, etc.
  • Het ego zelf is de anti-vorm van het paradijs. Exact het tegenovergestelde.
  • Laat het ego los en je bent in het paradijs.

Simpele theorie over de val uit het paradijs met oplossing, haha. ~ lzv

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *