De PRI-methode + afweermechanismen → mijn visie met eindconclusie

14:00 – De afgelopen zes weken heb ik veel tijd besteed aan het doorgronden van de vijf afweermechanismen – angst, primaire afweer, valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften – die Ingeborg Bosch beschrijft in haar boeken over Past Reality Integration (PRI). Ik vind de door haar vastgestelde en beschreven afweermechanismen van het ego effectief en goed om mee te werken in de praktijk.

Er bestaat geen oude onvervulde behoefte en oude pijn

Ingeborg Bosch veronderstelt in haar theorie dat er altijd een verdrongen oude pijn – met de daaraan gekoppelde oude onvervulde behoeften en oude realiteit – uit de kindertijd ten grondslag ligt aan de vijf afweermechanismen. In dit eerdere bericht ga ik helemaal in op haar basistheorie mocht je dat interessant vinden. Echter, mijn conclusie is dat haar basisveronderstelling niet klopt. Immers, ik heb hiernu niets nodig en in mijn kindertijd had ik ook niets nodig. Bovendien heb ik alles gekregen wat ik toen nodig had aangezien ik hiernu zelf het levende, gezonde bewijs daarvan ben.

Het allerbelangrijkste bewijs voor mijn conclusie is dat ik het pijnlichaam zelf volledig heb weten op te lossen door eigenwijs te zijn en de ideeën van Ingeborg Bosch op waarheid te toetsen. Het idee dat er dus verdrongen oude pijn – met de daaraan gekoppelde oude onvervulde behoeften en oude realiteit – ten grondslag ligt aan de vijf afweermechanismen is dus niet waar → er bestaat geen verdrongen oude pijn en oude onvervulde behoeften hiernu. Wil je weten waarom het lijkt alsof je hiernu een oude onvervulde behoefte ervaart? Bekijk dan dit bericht.

De verpletterende waarheid is de angst voor de dood

De vijf afweermechanismen – angst, primaire afweer, valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften – hebben volgens Ingeborg Bosch allemaal de functie de verpletterende waarheid te ontkennen dat onze behoeften als kind in onvoldoende mate werden vervuld, omdat we dat volgens haar niet aankonden. Ook hier slaat Ingeborg Bosch de plank mis, omdat de enige verpletterende waarheid die wij als kind verdrongen en ontkenden de angst voor de dood is én de realiteit dat er letterlijk ‘niets’ is. En dat doen we als volwassenen overigens nog steeds, haha.

Conclusie – Er bestaan geen oude onvervulde behoeften en oude pijn hiernu. En de enige verpletterende waarheid die er bestaat is de angst voor de dood én de realiteit dat er werkelijk ‘niets’ is. Anders gezegd, alles is een projectie van het denken en daarmee is alles wat je waarneemt een illusie. Door te blijven geloven in oude onvervulde behoeften en oude pijn, blijf je de ervaring van oude onvervulde behoeften en oude pijn creëren en in stand houden, wat ook wel identificatie wordt genoemd. Het is een vicieuze cirkel waarbij je tot in de oneindigheid oude onvervulde behoeften en oude pijn blijft ervaren en probeert op te lossen. Het is een controlemechanisme van het ego om zichzelf in stand te houden, daar waar eigenlijk niets is. Simpel gezegd: alles is een illusie. Doorzie de overtuigingen en de identificaties en het pijnlichaam zal volledig oplossen, net zoals mij dat is gelukt 🙂

Hieronder zal ik elk PRI afweermechanisme – angst, primaire afweer, valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften – afzonderlijk behandelen en indien nodig aanpassen en/of aanvullen met mijn eigen inzichten en ervaring – daar heb ik dan ‘lzv:‘ bij gezet. Alle informatie is afkomstig uit het boek ‘PRI en de kunst van bewust leven’ van Ingeborg Bosch, wat een zeer goed boek is overigens, afgezien van haar basisveronderstellingen natuurlijk 😉

Angst: ‘ik kan nog ontsnappen…’

  • Kenmerken: bang, nerveus of gespannen zijn terwijl er geen fysiek gevaar is.
  • Bij angst gaat het om dreiging en gevaar en het leidt tot vermijdingsgedrag en/of niet durven.
  • Er is geen direct levensgevaar → dus de angst is een illusie en fungeert als afweer tegen oude pijn → lzv: deze redenering klopt niet, de angst die wordt ervaren is de angst om geen controle over het Leven te hebben = angst voor de dood en de angst om er als ‘persoon’ niet meer te zijn. Dat is waar iedereen ten diepste bang voor is.
  • Tot anderhalf à twee jaar wordt een kind ‘alleen maar bang’ als er niet aan zijn basisbehoeften wordt voldaan, omdat het zichzelf nog niet op een cognitieve manier kan beschermen → lzv: het kind ervaart angst voor de dood; de angst om er niet meer te zijn, waar het zich nog niet tegen kan beschermen. Met de intrede van de primaire afweer (zie hieronder) kan het kind de angst voor de dood verdringen en ontkennen.
  • Voorbeelden: fobieën, paniekaanvallen, confrontaties vermijden, angst om alleen te zijn, angst om je te binden in een relatie, chronische stress en slapeloosheid.

lzv: angst is de kernemotie van het ego/het denken. Zonder angst kan niemand een persoon zijn en niemand de dualiteit ervaren. Het idee dat er oude onvervulde behoeften en oude pijn in mensen huizen is niet waar; het zijn gewoon verhaaltjes die we onszelf wijsmaken om ‘iets’ te ervaren daar waar eigenlijk ‘niets’ is. De angst voor de leegte, het onbekende en het niet-zijn is wat er ten grondslag ligt aan iedere overtuiging, ieder idee, ieder concept en ieder persoon. Een persoon is in de kern alleen maar angst, dus hoe dichter iemand bij ‘zichzelf’ (als het Geheel, het Ene Ding of Bewustzijn) komt, des te meer angst en weerstand hij zal ervaren. De redenering dat angst een afleider is voor oude pijn is dus misleidend en onwaar. Het is juist andersom: het geloof in oude onvervulde behoeften en oude pijn zijn afleiders voor de diepe angst dat we eigenlijk een lege huls zijn en in werkelijk niet bestaan.

Primaire afweer: ‘ik ben slecht, ik ben schuldig, het is me allemaal teveel.’

  • Kenmerken: gedachten en gevoelens die neerkomen op dat je niet deugt en dat er iets mis is met jou.
  • Primaire afweer is de eerste cognitieve afweer die zich ontwikkelt in onze kindertijd rond de leeftijd van anderhalf tot twee jaar.
  • Primaire afweer bestaat uit allerlei overtuigingen, gedachten en ideeën die neerkomen op een (zeer) negatief zelfbeeld → lzv: een negatief beeld dat het ego/het denken van zichzelf heeft, maar in werkelijkheid niets met ‘jou’ te maken heeft.
  • Primaire afweer zorgt voor heel weinig energie en een gebrek aan zelfvertrouwen → lzv: primaire afweer zorgt voor een gebrek aan vertrouwen in ‘jezelf’ als het Geheel of Bewustzijn – dat wat je in werkelijkheid bent. Vertrouwen is je natuurlijke staat, maar het geloven van primaire afweer overtuigingen zorgt voor de (continue) ervaring van wantrouwen in jezelf en richting het Leven.
  • Primaire afweer creëert de illusie van controle → als er iets mis is met mij (ik heb het aan mijzelf te danken), dan kan ik er ook zelf iets aan doen, ondanks dat het moeilijk is → primaire afweer kan gemakkelijk valse hoop worden (zie hieronder).
  • Voorbeelden: ik ben nergens goed voor, ik verpest altijd alles, ik kan het niet aan, het is me allemaal teveel, niemand vindt mij aardig, ik ben saai, ik voel me schuldig, ik kan het niet, ik ben slecht, niemand houdt van mij, ik schaam mij voor wie ik ben, ik doe er niet toe, ik word niet gezien, ik doe altijd alles fout, ik ben het niet waard, ik ben niet belangrijk, ik verdien het niet, etc.

lzv: primaire afweer is het eerste cognitieve afweermechanisme waar valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften uit voortkomen. Anders gezegd, primaire afweer is het fundament van deze andere drie cognitieve afweren, en onder de primaire afweer zelf bevindt zich de angst voor de dood, de angst om er niet meer te zijn. Primaire afweer resulteert altijd direct in afhankelijkheid naar anderen toe, omdat je automatisch iets van een ander nodig denkt te hebben zodra je een primaire afweer overtuiging gelooft.

In essentie is elke primaire afweer overtuiging een op zichzelf staand controlemechanisme; door te geloven in een negatieve overtuiging creëer je direct zelf die ervaring en maak je jezelf direct afhankelijk van anderen → je denkt hiernu iets nodig te hebben. Zolang je blijft geloven dat je iets nodig hebt, blijf je de negatieve overtuiging bevestigen en houd je de vicieuze cirkel in stand. De enige functie van een primaire afweer overtuiging is proberen het Leven te controleren en jezelf af te schermen voor de angst voor de dood.

Valse hoop: ‘ik krijg wat ik nodig heb, als ik maar…’

  • Kenmerken: gedachten, gevoelens en handelingen die worden opgeroepen gaan meestal gepaard met een gevoel van urgentie in situaties waarin helemaal geen sprake is van urgentie of een deadline. Hiermee hopen we alsnog een bepaalde behoefte te vervullen, door zelf iets anders of beter te doen → lzv: de veronderstelling dat we alsnog een bepaalde (oude) behoefte proberen te vervullen klopt niet. De behoefte creëren we hiernu zelf door te geloven dat we hiernu iets nodig hebben op basis van onware overtuigingen.
  • Valse hoop brengt vooral stress in ons leven.
  • Primaire focus is gericht op zaken buiten onszelf → we proberen te voldoen aan andermans verwachtingen of behoeften (die we denken te zien).
  • We proberen met valse hoop-gedrag er iets uit te halen dat we denken hiernu nodig te hebben: acceptatie, bevestiging, ‘liefde’, erkenning, waardering, aandacht, goedkeuring, etc.
  • Valse hoop-gedrag geeft een tijdelijk en voorbijgaand gevoel van hoop → geeft een tijdelijk goed gevoel totdat de valse hoop onvermijdelijk instort. Valse hoop kan een enorme energieboost geven om bergen te verzetten en anderszins het onmogelijke te doen.
  • Na de instorting van valse hoop blijf je altijd met onbevredigd gevoel zitten → vaak wordt er dan onbewust een ander afweermechanisme geactiveerd.
  • Hoge prijs valse hoop: als ik mij ‘laat gaan’ in valse hoop, geef ik mijzelf de boodschap dat het Leven mij op dit moment niet geeft wat ik straks hoop te krijgen → ik bevestig een oude pijn, bijvoorbeeld: ik krijg niet genoeg waardering, ik krijg niet genoeg liefde, ik krijg niet genoeg erkenning, etc. → lzv: ik bevestig geen oude pijn, maar een primaire afweer overtuiging die ik geloof, waardoor ik hiernu de ervaring van pijn heb.
  • Voorbeelden: slapeloosheid, perfectionisme, burn-out of een verslaving als gevolg van drank/drugs om overbelaste geest te ontspannen.

lzv: naast de ‘standaard’ voorbeelden van valse hoop die Ingeborg Bosch hierboven beschrijft, zijn er in mijn beleving ook voorbeelden in een bredere context (lees: in je leven) aan te duiden die wijzen op valse hoop: (continue) dingen willen begrijpen en verklaren, (continue) dingen moeten doen van jezelf, veel bezig zijn met de toekomst, toekomstige scenario’s bedenken en bepalen, continue doelen stellen en deze proberen te realiseren, je agenda (continue) vol plannen met activiteiten die een goed gevoel opleveren, in gedachten blijven herhalen wat je anders in een bepaalde situatie had kunnen doen, etc.

Het afweermechanisme valse hoop komt voort uit het afweermechanisme primaire afweer. Valse hoop-gedrag is een mislukte poging van het ego/het denken om gevoelens van ongelukkigheid, ontevredenheid, pijn en lijden hiernu structureel op te lossen en teniet te doen. Het afweermechanisme valse hoop creëert de illusie dat we hiernu gelukkig kunnen zijn en onszelf goed kunnen voelen, als we onszelf maar aanpassen, anders voordoen, dingen beter doen, etc. Valse hoop-gedrag is een strategie om telkens een goed gevoel (proberen) te creëren en na te streven, ook al is het effect maar tijdelijk en voorbijgaand. Valse hoop-gedrag is het recept voor ongelukkig zijn en blijven, omdat er telkens onbewust primaire afweer overtuigingen bevestigd worden, maar deze tegelijkertijd niet herkend, erkend en onderzocht (kunnen) worden. Valse hoop is dus een vicieuze cirkel waar nooit een einde aan lijkt te komen.

Valse macht: ‘met mij is niets aan de hand, maar met jou des te meer.’

  • Kenmerken: gedachten, gevoelens en handelingen met één boodschap: er is niets mis met mij, maar des te meer met de ander. Als de ander maar zou veranderen, dan zou er geen probleem zijn.
  • Elke negatieve gedachte waarin we over anderen oordelen is meestal een teken van valse macht → lzv: meestal ook een aanwijzing van een projectie.
  • Valse macht zorgt vooral voor veel conflicten met andere mensen.
  • Voelen van irritatie, boosheid, razernij t.o.v. anderen om onze eigen kwetsbaarheid en pijn voelen te vermijden → die worden voelbaar als we toegeven dat vroeger niet aan onze behoeften is voldaan → lzv: de denkfout die Ingeborg hier maakt is dat het valse macht-gedrag hiernu zijn oorsprong heeft in een oude onvervulde behoefte. Deze veronderstelling is niet waar. Het valse macht-gedrag is gebaseerd op (primaire afweer) overtuigingen die we hiernu geloven en via dit gedrag proberen we te krijgen wat we hiernu nodig denken te hebben. De irritatie of boosheid richting een ander wijst vaak op emoties, eigenschappen of gedrag van onszelf dat we onbewust ontkennen, verbergen en verdringen. Valse macht-gedrag is meestal een projectie van hoe wij onszelf onbewust behandelen.
  • Valse macht geeft een gevoel van macht en kracht en maakt dat we ons sterker voelen dan de ander → geeft tijdelijk een heel goed gevoel, maar we kunnen de pijn van het kind dat we ooit waren nooit helen door ons nu te gedragen alsof we macht over anderen hebben, of alsof we geen behoeften hebben → lzv: ‘het hele kind dat we ooit waren’-verhaal is irrelevant. Valse macht-gedrag is een controlemechanisme op basis van onware overtuigingen die we hiernu geloven. De pijn die we hiernu lijken te ervaren wordt ook veroorzaakt door onware overtuigingen die we hiernu geloven. Kortom, het hele verleden is irrelevant voor het oplossen van valse macht-gedrag hiernu.
  • Hoge prijs valse macht: ik zal veel conflicten creëren + ik communiceer telkens naar mijzelf dat ik in het heden slecht word behandeld.
  • Voorbeelden: boosheid of irritatie voelen, slachtoffer voelen, jaloers zijn, snel geneigd zijn te oordelen of kritisch te zijn, iemand de schuld geven, geloven dat iemand mij iets aandoet, geloven dat iemand anders slecht is, geloven dat iemand nergens goed voor is, erop uit zijn om iemand te benadelen, etc.

lzv: beide cognitieve afweermechanismen valse hoop en valse macht vinden hun oorsprong in gevoelens van minderwaardigheid en niet goed genoeg zijn. Het grote verschil tussen beiden is dat we met valse hoop-gedrag via aanpassing proberen te krijgen wat we hiernu denken nodig te hebben, daar waar we met valse macht-gedrag via conflict proberen te krijgen wat we hiernu denken nodig te hebben. In zijn algemeenheid zou je kunnen zeggen dat valse hoop-gedrag wijst op een inferieure houding die we in het contact met anderen aannemen en dat valse macht-gedrag wijst op een superieure houding die we in het contact met anderen aannemen. Beide strategieën geven een tijdelijk en voorbijgaand goed gevoel, maar lossen het probleem van structurele gevoelens van minderwaardigheid en niet goed genoeg zijn niet op.

Ontkenning van behoeften: ‘ik heb geen probleem.’

  • Kenmerken: de ontkenning van het feit dat je hiernu een behoefte of een probleem hebt (en je je dus kwetsbaar voelt). Oppervlakkig gezien lijkt er helemaal geen probleem te zijn → het tegendeel is waar.
  • Het lijkt alsof het hoofd en het lichaam niet meer met elkaar communiceren. Het hoofd weet niet meer wat er in het lichaam gebeurt, in fysiek noch in emotioneel opzicht.
  • Mensen met een sterke ontkenning van behoeften afweer voelen ook echt minder en kunnen vaak veel fysieke pijn verdragen. Ze hebben vaak gebrek aan gevoelens en emotionele reacties.
  • Uitstelgedrag is ook kenmerkend voor ontkenning van behoeften, omdat iemand dan weinig voelt en daarmee ook niets urgent lijkt te zijn. Ook het vermijden van verantwoordelijkheden valt hieronder.
  • De illusie van zorgeloosheid geeft een goed gevoel → door onze ongevoeligheid hebben we de indruk dat het leven ‘gemakkelijker’ gaat en dat er geen problemen zijn.
  • Hoge prijs: afgezien van de emotionele armoede waartoe je jezelf veroordeelt, versterk je het idee dat je je voortdurend moet distantiëren van blijkbaar onprettige zaken → je ontneemt jezelf de kans het leven te ontdekken.
  • Voorbeelden: veel tv kijken, het ene boek na het andere uitlezen, urenlang op het Internet surfen of videospelletjes spelen of welke andere activiteit dan ook die je afsluit voor wat er in jezelf en je omgeving gebeurt, veel snoepen en te veel eten, regelmatig alcohol drinken of drugs gebruiken, roken, gokken en alle andere bezigheden die je emoties verdoven, continue dingen uitstellen, alles wel prima vinden en onverschillig zijn, geen passie hebben in het leven, doen alsof er geen probleem is, etc.
  • Samenvattend: ontkenning van behoeften leidt tot chronisch uitstelgedrag, vergeetachtigheid, het niet nemen van verantwoordelijkheid en een algeheel gevoel van mentale, emotionele en fysieke verdoofdheid. Dit leidt allemaal tot het niet voelen van pijn hiernu.

lzv: het afweermechanisme ontkenning van behoeften is het slot op de egodeur. Het is de uitdrukking van de totale ontkenning van wie je in werkelijk- heid bent en hoe je werkelijk in elkaar zit door jezelf wijs te maken dat je geen behoeften en problemen hebt/ervaart. Ontkenning van behoeften is totale waanzin en een gevaarlijk afweermechanisme omdat je in de veronder- stelling bent dat er niets mis is met jezelf én het leven dat je ervaart. Er bestaat een reële kans dat als je eenmaal in de staat van ontkenning van behoeften bent beland, je er wellicht ook nooit meer uitkomt.

Eindconclusie over de PRI-theorie & methode

Na een ontzettend lang en uitgebreid bericht ben ik gelukkig aan het einde gekomen 🙂 Ingeborg Bosch heeft mij met haar boeken over PRI belangrijke inzichten, middelen en handvatten gegeven om de vijf belangrijkste afweermechanismen – angst, primaire afweer, valse hoop, valse macht en ontkenning van behoeften – van het ego te leren kennen, herkennen en doorgronden. Ze heeft baanbrekend onderzoek verricht en veel mensen de mogelijkheid gegeven om zich bewust te worden van de destructieve gedachte- en gedragspatronen waar ze zich vaak al hun hele leven mee identificeren. Dat is geweldig!

De andere kant van het verhaal is dat Ingeborg Bosch een aantal belangrijke verkeerde basisveronderstellingen in haar theorie en methode van PRI heeft opgenomen – zie het begin van dit bericht en in de bespreking van de afzonderlijke afweermechanismen. Het gevolg hiervan is dat de belangrijkste identificaties met het pijnlichaam – zoals beschreven door Eckhart Tolle – in stand worden gehouden, waardoor je dus je hele leven bezig kunt blijven met PRI en – zoals Ingeborg Bosch het zelf noemt – de kunst van bewust leven. Door eigenwijs en kritisch te zijn heb ik zelfstandig het pijnlichaam opgelost in minder dan drie maanden en ik ken iemand die dat ook is gelukt. Wellicht dat dit bericht anderen ook daarbij kan helpen. ~ lzv

4 reacties op “De PRI-methode + afweermechanismen → mijn visie met eindconclusie

  1. PRIMAIRE AFWEER:
    “Kenmerken: gedachten en gevoelens die neerkomen op dat je niet deugt en dat er iets mis is met jou.”
    – Ik vind de volgende omschrijving beter: -> het zijn gedachten/gevoelens dat we iets niet kunnen.

    Hieruit kan je de andere 2 omschrijvingen herleiden. Ik kan iets niet -> omdat ik niet deug. Het is een verklaring voor iets wat we voelen/geloven.
    BV iemand met bindingsangst durft geen relatie aan te gaan omdat ie geloofd dat toch niemand van hem zou houden.
    Samen met het geloof dat het allemaal onze schuld is. Het is onze schuld omdat we het verkeerd doen -> omdat we het niet goed kunnen doen.

    Het is een afweer, dus om te vermijden. Hoe vermijd je iets ? Door het niet te doen. Dat is de basis.

    Je zegt: “Primaire afweer zorgt voor heel weinig energie en een gebrek aan zelfvertrouwen → lzv: primaire afweer zorgt voor een gebrek aan vertrouwen in ‘jezelf’ als het Geheel of Bewustzijn ”
    – Maar het is andersom. Je gebrek aan zelfvertrouwen zorgt juist voor de primaire afweer en houd deze in stand.

    “Vertrouwen is je natuurlijke staat, maar het geloven van primaire afweer overtuigingen zorgt voor de (continue) ervaring van wantrouwen in jezelf en richting het Leven.”
    – Wantrouwen houd dus de primaire afweer in stand. Vertrouwen kan alleen betekenis hebben als er wantrouwen is, als er angst is. In onze natuurlijk staat is er dus geen vertrouwen omdat dat woord dan geen betekenis meer heeft. Vertrouwen is er niet nadat je angstgevoelens weg zijn. Vertrouwen is er ONDANKS je angstgevoelens.

    Je zegt: “Primaire afweer creëert de illusie van controle ”
    – Primaire afweer = is een vorm van controle. Je controleert jezelf op zo’n manier dat je geen angst hoeft te voelen. Als je bv angst hebt om alleen te zijn, zorg je ervoor dat je nooit alleen bent = gedrag controleren. De controle die je hebt is dus zelfdestructief.
    De controle ontmantelen is dus niet het doorzien van de illusie, het is daadwerkelijk loslaten van die controle via gedrag. Zoals gewoon alleen zijn en je angsten voelen en toelaten.

  2. ANGST

    Je schrijft:
    “De kenmerken van angst: bang, nerveus of gespannen zijn terwijl er geen fysiek gevaar is”
    – Wat dacht je gewoon van: Angst voelen.

    “Er is geen direct levensgevaar → dus de angst is een illusie en fungeert als afweer tegen oude pijn → lzv: deze redenering klopt niet, de angst die wordt ervaren is de angst om geen controle over het Leven te hebben = angst voor de dood en de angst om er als ‘persoon’ niet meer te zijn. Dat is waar iedereen ten diepste bang voor is.”
    – Onjuist. Je herhaalt hier gewoon wat je gelezen hebt en gelooft dat waar is. Maar het is gewoon angst voor je oude pijnen, voor je verleden. Het verleden waarvan je gelooft dat dat maakt/heeft gemaakt wie je bent hiernu. Wat je gevormd heeft. De angst voor de dood (en er als persoon niet meer te zijn) zijn je oude pijnen. Waarom deed je wat je deed in het verleden ? -> Uit angst. -> oude pijn.

    “Voorbeelden: fobieën, confrontaties vermijden, angst om alleen te zijn, angst om je te binden in een relatie, chronische stress en slapeloosheid.”
    – Dit zijn geen angsten. Het zijn afweren tegen angst. De angst om angst te voelen. Ze geloven dat als ze confrontaties vermijden dat ze dan geen angst hoeven te voelen. Dat als ze niet alleen zijn, ze geen angst hoeven te voelen. Dat als ze zich niet binden in een relatie, ze niet bang hoeven te zijn om verlaten te worden.

    “lzv: angst is de kernemotie van het ego/het denken. Zonder angst kan niemand een persoon zijn en niemand de dualiteit ervaren. ”
    -> Welke angst ? Je angstgevoel bedoel je ? Hoe weet je dat ?
    Immers wanneer ben je een persoon ? Ervaar je dan per definitie dualiteit ? Kan je dualiteit ervaren zonder je te identificeren met het zelf ?
    Angst is de kernemotie van het pijnlichaam. Die kan je prima oplossen met het ego/denken intact. -> hoe weet ik dat ? Dat is wat ik gedaan heb. Vreemd dat je dat niet duidelijk is.

    Dus ja, achter die angsten zitten geen oude pijnen, zit helemaal niks ! Het zijn de angsten zelf die je oude pijnen zijn. Wat zijn je angsten ? Gewoon de angst die je voelt hiernu. (en dan een reden bij verzint) Welke angst voel je hiernu ? Je angsten uit het verleden, die je vasthoud als een energiebal in je buikregio. Waarom ? Het kan zijn dat je daar je identiteit uithaalt en die wil je niet loslaten natuurlijk. Het kan ook gewoon de angst voor je angstgevoel zijn. Dat is waarom al die andere afweren er zijn, zodat je geen angst hoeft te voelen.

    “De redenering dat angst een afleider is voor oude pijn is dus misleidend en onwaar. Het is juist andersom: het geloof in oude onvervulde behoeften en oude pijn zijn afleiders voor de diepe angst dat we eigenlijk een lege huls zijn en in werkelijk niet bestaan.”
    – Angst = oude pijnen. Je oude pijnen zijn een illusie omdat je angst een illusie is. Je angst voel je echt. Je voelt angst. In het hiernu is er echter geen reden/oorzaak voor en dus onterecht -> een illusie. Zoals het angstgevoel wat je echt voelt nu een illusie is, zo was het dat vroeger ook. Het is dat altijd al geweest.

    Je angsten hebben je dus niet helemaal niet beschermt, maar zijn juist zelfdestructief, de reden van je trauma’s. De reden waarom je vroeger hebt gedaan wat je hebt gedaan. Uit angst, omdat je angst voelde en dat projecteerde op wat je op dat moment meemaakte. Op basis van onware overtuigingen die je toen had.

  3. Uit eigen (trauma) ervaring! Een jong kind, bijvoorbeeld 3 jaar, weet helemaal niet wat dood is. Zijn/haar hart klopt, voelt verdriet, huilt en als er een pijnlijke situatie is. Het hart roept om troost, warmte, geruststelling, om een moeder arm van onvoorwaardelijke liefde om zijn/haar schouders heen. Dan is er niets en zijn hart blijft kloppen, verlangen onvervuld, onvervulde behoefte, leegheid, een donker gat. Angst voor dood bestaat niet. Hoop op iets wel. Met (diepe) angst en onzekerheid probeert het iets om weer actief deel te nemen vanuit het niets naar iets. Het ontstaan van de Primaire Afweer! Het werkt of het werkt niet! Ontkenning van Behoefte werkt, Valse Hoop, Valse Macht lijkt te werken met als basis angst en onzekerheid.

    Ik ben nu 70 jaar en met PRI probeer ik mijn stuctureel (emotioneel) probleem op te lossen. Mijn angst “Er is niets” is de basis voor mijn controle en willen beheersen. Angst voor dood? Dat herken en ken ik niet. Nooit gehad.

    Wat mij betreft is de gehele opbouw van jouw betoog rationalisaties onjuist.
    Het kind leeft en gaat overleven. Niet uit angst voor de dood, maar uit angst voor het leven met een niets en overleving gedrag de basis is voor het leven.

    • Je zou ‘de angst voor de dood’ ook ‘de angst om er niet meer te zijn’ of ‘de angst voor het onbekende’ kunnen noemen. Verschillende labels, maar ze wijzen in feite allemaal naar hetzelfde –> het ego / het denken dat bang is om zichzelf niet meer waar te kunnen nemen (in welke vorm dan ook).
      Je maakt een aantal aannames over wat een kind van drie wel of niet zou moeten / kunnen ervaren –> feit is dat we allebei geen drie zijn dus er is geen zinnig woord over te zeggen 🙂
      Tja controle, je zou kunnen zeggen dat ‘de angst voor het niets’ daaraan ten grondslag ligt, maar dat is één kant van het verhaal. De andere kant is dat je gelooft dat controle houden je iets oplevert en dat het nut heeft. Wellicht handig om daar eens naar te kijken en of dat überhaupt wel kan/mogelijk is. De 4 vragen van Byron Katie helpen mij hier erg goed bij.
      Groetjes!
      PS: angst voor het leven = angst voor de dood –> twee kanten van dezelfde medaille 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *