Extreme zelfafwijzing, cognitieve dissonantie en ‘inner-weten’

Leestijd: 2 minuten

Ik heb de realiteit accepteren altijd geïnterpreteerd en naar mijzelf toe vertaald als: alles is prima, alles moet kunnen, er is geen probleem, ik moet alles gewoon accepteren, het probleem zit in mij, mijn mening doet er niet toe, ik moet alles goed vinden, ik weet er niks van, de spanning die ik voel is een projectie, wat ik voel is niet waar en heeft geen betekenis, etc. Dit heeft niks met de realiteit accepteren te maken, maar alles met mijzelf voor de gek houden! Het enige wat ik continue naar mijzelf communiceer is: ‘ik doe er niet toe’ en ‘ik ben niet belangrijk’, oftewel ‘ik besta niet’ en ‘let maar niet op mij, want ik heb geen behoeften’. Dit is een extreme vorm van ontkenning van behoeften (OvB) zoals beschreven door Ingeborg Bosch, zie dit eerdere bericht.

Ontkenning van behoeften is het allerlaatste afweermechanisme dat het ego gebruikt met als kernovertuiging ‘er is geen probleem’. Hiermee rationaliseert het ego elk onaangenaam gevoel of spanning weg, en het gedrag is er alleen maar op gericht om moeilijkheden en conflicten te vermijden in plaats van ze aan te gaan. Het is een extreme en allerlaatste vorm van zelfafwijzing → het ultieme slot op de deur.

Cognitieve dissonantie → volg ik mijn ‘inner-weten’?

Een interessant begrip waar ik – in het kader hiervan – aan moest denken was cognitieve dissonantie:

“Cognitieve dissonantie is een term die in de psychologie wordt gebruikt voor het onaangename gevoel dat we ervaren wanneer onze gedachten en overtuigingen met elkaar in botsing komen.” ~ Jed McKenna in Spirituele Oorlogvoering

Samenvattend komt het erop neer dat ik alle onaangename gevoelens en/of spanningen die ik ervaar accepteer zonder te onderzoeken of ik wel ‘juist’ handelde in een specifieke situatie of dat ik wel in een specifieke situatie ‘moest’ blijven zitten – en deze dus niet opnieuw ‘moet’ opzoeken. Met andere woorden, volg(de) ik wel mijn ‘inner-weten’ in een specifieke situatie of rationaliseer ik de lichamelijke signalen die ik krijg gewoon weg door te geloven in een nieuwe overtuiging.

Een paar voorbeelden van cognitieve dissonantie in mijn leven:

  • Iemand gooit troep op straat (die van mij) terwijl ik van een schone straat houd → dat moet hij kunnen doen, want ‘alles is goed’ en ik moet de realiteit accepteren, dus ik spreek hem er niet op aan.
  • Iemand drinkt heel veel alcohol in mijn bijzijn en ik vind dat niet oké → ik geloof dat ik mijn alcoholistische vader op hem projecteer, dus ik zeg maar niks tegen hem, want het is toch een projectie en ik blijf vervolgens in die situatie zitten.
  • Ik geloof dat alle verhalen over ongezond eten, suiker, vetten, etc. niet waar zijn, dus ik kan gewoon ongezond voedsel blijven eten terwijl ik voel dat het niet goed voor mij is.

En de lijst kan ik gemakkelijk nog veel langer maken. Wat ik dus telkens doe is voorbij gaan aan mijn eigen behoeften door elk lichamelijk signaal dat ik krijg weg te rationaliseren met de theorie van ‘Verlichting’ → ‘alles is goed’ en ‘er is geen probleem’, terwijl ik in mijn realiteit er via lichamelijke signalen wel degelijk op gewezen word dat ‘er een probleem is’. Een sterk staaltje van mezelf voor de gek houden, haha. ~ lzv