De ervaring van controle hebben en een vrije wil, hoe werkt het?

20:00 – Ik ervaar een vrije wil, maar tegelijkertijd ben ik mij ervan bewust dat de controle die ik ervaar een illusie is. Alleen hoe kan het dat ik geloof dat ik een vrije wil heb en controle over mijzelf en het Leven ervaar?

Zoals ik er op dit moment naar kijk bestaat het idee (lees: de illusie) van controle uit drie belangrijke aspecten. Met elk van deze drie afzonderlijke aspecten identificeer ik mij, welke ik (lees: de hersenen) via onware causale verbanden in de tijd aan elkaar koppel om de ervaring van controle te kunnen hebben:

  1. Een eerste gedachte of idee → ik geloof dat ik een eerste gedachte of idee zelf bedenk.
  2. Een handeling op basis van een gedachte of idee → ik geloof dat ik zelf besluit om tot een handeling over te gaan.
  3. Een resultaat of uitkomst als gevolg van de handeling (oorzaak) → ik geloof dat het resultaat of de uitkomst een direct gevolg is van mijn handelen, en dat ik het resultaat of de uitkomst dus zelf gecreëerd, bewerkstelligd of gerealiseerd heb.

Heb ik ergens ook maar enige invloed op?

Ik onderzoek het idee van controle in de meest brede zin van het woord. Controleren is het idee hebben én het gevoel ervaren dat ik mijn situatie en/of omstandigheden doelbewust kan beïnvloeden, veranderen, naar mijn hand kan zetten, sturen, etc. Het uitgangspunt van mijn zelfonderzoek is de vraag of ik absoluut zeker kan weten dat ik doelbewust iets aan mijn situatie en/of omstandigheden kan veranderen. Kan ik zeker weten dat ik ook maar ergens enige invloed op heb?

Laat ik de drie verschillende aspecten waaruit de ervaring van ‘controle hebben’ bestaat eens nader bekijken. Ik ervaar controle over mijzelf en het Leven, omdat ik geloof dat ik de eerste oorzaak ben van de drie aspecten en dat de schijnbare gevolgen dus op mijn conto geschreven kunnen worden. Anders gezegd, ik geloof dat ik mijn eerste gedachten of ideeën zelf bedenk, dat ik zelf besluit om tot een handeling over te gaan en dat een resultaat of uitkomst een direct gevolg is van de uitvoering van mijn idee en handeling. Maar is dit ook waar?

Ben ik de eerste oorzaak van mijn gedachten, mijn handelen en het gevolg hiervan dat ik waarneem?

  1. Ben ik de bedenker van mijn eerste gedachten of ideeën? Nee, ik heb geen flauw idee waar ze vandaan komen. De gedachten en ideeën verschijnen uit het niets en ik (lees: het ego) claim ze en maak er ‘mijn gedachte’ en ‘mijn idee’ van. Dus ik kan concluderen dat ik niet zelf mijn eerste gedachten of ideeën creëer. Ik kan dus geen aanspraak maken op het copyright, al doe ik dat de hele tijd dus wel, haha.
  2. Ik geloof dat ik zelfstandig besluit om tot een handeling over te gaan. Met een handeling bedoel ik mijn lichaam in beweging brengen en iets uitvoeren of iets tegen een ander zeggen. Ook hier ben ik er altijd vanuit gegaan dat ik zelf de eerste oorzaak ben van mijn handelen, maar is dat waar? Uit een onderzoek van neurofysioloog Benjamin Libet (1979) blijkt dat zenuw- prikkels om een handeling uit te voeren 0,55 seconde vóór de handeling in de hersenschors ontstaan, maar dat de proefpersonen pas 0,20 seconde vóór die handeling bewust het besluit hiertoe nemen. De conclusie is dat het bewuste besluit om te handelen pas wordt genomen 0,35 seconde nadat de zenuwprikkel voor die handeling in de hersenschors al in gang is gezet. Kortom, ik identificeer mij met de uitvoering van een handeling en ik geloof dat ik zelf het besluit hiertoe heb genomen, maar het bewijs spreekt dat resoluut tegen. Ik ben dus niet de eerste oorzaak van mijn handelen. De testresultaten uit het onderzoek van Libet zijn trouwens meerdere malen door andere onderzoekers succesvol gereproduceerd.
  3. Ik geloof dat het resultaat of de uitkomst een direct gevolg is van mijn handelen, en dat het resultaat of de uitkomst volledig toegeschreven kan worden aan mij (het ego). Hier geldt dat een verandering in waarneming in de tijd direct gekoppeld kan worden aan de handeling die ik in het verleden heb uitgevoerd. Dus ik handel (oorzaak) en schrijf het resultaat of de uitkomst – de verandering in waarneming in de tijd – volledig toe aan mijzelf. Als ik al niet kan bewijzen dat ik de eerste oorzaak ben van mijn gedachten, ideeën en handelen, hoe kan ik dan de eerste oorzaak zijn van een verandering in waarneming in de tijd ‘buiten mijzelf’? Wat voor mij geldt, geldt natuurlijk ook voor andere mensen. Als ik bijvoorbeeld wat zeg of doe in een situatie met een ander en diegene lijkt te reageren op mijn gedrag, dan zegt dat dus helemaal niks. Zo als ik niets te willen heb, hebben anderen ook niets te willen, ook al ervaren zij dat natuurlijk niet zo.

Conclusie: de hersenen leggen continue onware causale verbanden waardoor ik controle lijk te hebben en een vrije wil ervaar, maar eigenlijk word ik continue door de hersenen voor de gek gehouden. Het lijkt erop dat de hersenen werken met de veronderstellingen die ik de hersenen gegeven heb (lees: die ik geloof). Veel veronderstellingen zijn natuurlijk al ontzettend oud en heb in mijn kindertijd geleerd te geloven. Nu ben ik langzaam alles kritisch aan het onderzoeken op waarheid en ik merk dat de hersenen – in de vorm van wat ik ervaar – hierop reageren. Andere input leidt tot een andere ervaring. ~ lzv

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *