Hoe neem ik de werkelijkheid indirect waar?

Leestijd: 4 minuten

22:00 – In het bericht ‘Ik zie niet met mijn ogen → ik zie een creatie van mijn hersenen’ heb ik een begin gemaakt met het onderzoeken van de vraag ‘waarom neem ik de werkelijkheid indirect waar?’ Uit de onderzoeken van Floris de Lange en Georg Keller blijkt dat ik de werkelijkheid niet direct waarneem met mijn ogen, maar dat ik in plaats daarvan direct een creatie van de hersenen waarneem. In dit bericht wil ik onderzoeken hoe de zintuigen, het zenuwstelsel en de hersenen samen altijd een indirecte waarneming van de werkelijkheid creëren. Ik moet gewoon weten hoe dat precies werkt 🙂

Definitie van een zintuig

Laat ik eerst beginnen met wat algemene informatie over mijn zintuigen. Volgens Wikipedia is een zintuig een gespecialiseerd orgaan dat mij in staat stelt bepaalde – voor het zintuig specifieke – prikkels waar te nemen. Ieder afzonderlijk zintuig zou mij toegang geven tot een bepaald deel van de fysische en fysieke werkelijkheid, wat volgens de theorie van ‘Verlichting’ en non-dualiteit een illusie is 🙂

In de wetenschap en de neurologie in het bijzonder is er blijkbaar geen eensgezindheid over de definitie van een zintuig. Een fysiologische definitie van een zintuig is:

“Een systeem met sensorische cellen die reageren op een specifieke vorm van fysische energie en dat overeenstemt met een bepaalde regio (of groep van regio’s) in de hersenen waar de signalen ontvangen en verwerkt worden.” ~ Wikipedia

Belangrijk is in ieder geval het onderscheid dat organen als het netvlies, het reukzintuig, het slakkenhuis, de tong, etc. betrokken zijn bij gewaarwordingen, maar niet identiek zijn aan de gewaarwording. De zintuiglijke informatie wordt eerst door allerlei neurale circuits getransporteerd én veranderd voordat ze als gewaarwording de met het bewustzijn geassocieerde gedeeltes in de hersenschors bereiken. Anders gezegd, ik ruik niet direct met mijn reukorgaan, maar ik ruik direct een indirecte reukcreatie van mijn hersenen → it’s just an illusion, haha.

Ik heb in totaal 9 zintuigen

Ik ging er eigenlijk vanuit dat ik vijf zintuigen heb, maar volgens de hierboven geformuleerde definitie heb ik er gewoon negen! Hieronder een overzicht – die ik heb overgenomen van Wikipedia – van de negen zintuigen zoals die door een deel van de wetenschap en neurologie wordt gebruikt:

ZintuigOrgaanPrikkelGewaarwording
GezichtsvermogenNetvliesLichtZien
GehoorSlakkenhuisTrillingHoren
ReukzinReukzintuigMoleculen en stoffenRuiken
SmaakzinTongMoleculen en stoffenProeven
TastzinHuidVervorming van de huidVoelen
ThermoceptieO.a. huidVerwarming of afkoeling van de huidWarmte of kou voelen
NociceptieO.a. huidExtreme vervorming, opwarming of afkoeling van de huidPijn voelen
EvenwichtszinEvenwichtsorganenBeweging van endolymfeEvenwicht
ProprioceptieSpierspoeltjes en peeszintuigenSpierspanning en rek in pezenBewegingen, lichaamsbewustzijn

Acht van de bovenstaande zintuigen zijn ook nog onder te verdelen in twee groepen. De speciale zintuigen zijn: gezichtsvermogen, gehoor, reukzin, smaakzin en evenwichtszin. En de somatische zintuigen zijn: tastzin (aanraking/druk), thermoceptie (warmte en kou) en nociceptie (pijn), welke zich zowel aan de binnen- als buitenkant (huid) van het lichaam bevinden.

Kan ik objecten herkennen als ik er geen betekenis (meer) aan geef?

Het blijkt dat bij bijvoorbeeld visuele waarneming meerdere hersendelen betrokken zijn. Naast de analyse en verwerking van kleur, contrast, beweging, etc. door de visuele cortex – die zorgt voor de ervaring van zien -, geven andere gedeeltes van de hersenen betekenis aan de waarneming → wat is het object en wat kan ik ermee doen? Er zijn mensen die door een hersenbeschadiging hier niet meer toe in staat zijn en die lijden aan visuele agnosie.

De vraag die er dan bij mij opkomt is: kan ik objecten herkennen en vervolgens beseffen wat ik ermee kan doen als ik er geen betekenis meer aan geef? Anders gezegd, kan ik nog steeds objecten herkennen als ik het concept dat het object representeert niet meer geloof? Ik heb zelf het idee dat het herkennen van een object iets anders is dan betekenis geven aan een object. Volgens mij kan ik objecten herkennen en leren wat ik ermee kan doen via het onbewuste zonder dat het denken er betekenis aan geeft en het ‘waar’ en ‘echt’ maakt. Herkennen en leren zonder betekenis dus 🙂

Het zenuwstelsel, zintuiglijke prikkels en receptoren

Volgens Wikipedia is het zenuwstelsel een orgaansysteem dat een coördinerende rol speelt bij allerlei handelingen zoals: het aansturen van de spieren, het verwerken van zintuiglijke prikkels en emotionele en cognitieve processen. Het zenuwstelsel is onder te verdelen in het centrale zenuwstelsel, dat gevormd wordt door de hersenen en het ruggenmerg, en het perifeer zenuwstelsel, waar het autonoom zenuwstelsel weer onderdeel van is. Het autonome zenuwstelsel zou een groot aantal onbewuste functies reguleren zoals de werking van inwendige organen, de ademhaling, de spijsvertering en de hartslag.

Een zintuigstelsel is een onderdeel van het zenuwstelsel dat verantwoordelijk is voor het verwerken van informatie uit de zintuigen. Een zintuigstelsel bestaat uit een receptor (een orgaan of zenuwcellen), de bijbehorende zenuwen en het deel van de hersenen dat dit zintuig aanstuurt. De receptoren van de verschillende zintuigen zetten de prikkels om in neurale signalen die via de zenuwen naar de hersenen worden verstuurd. De zenuwen verbinden alle delen van het lichaam met het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg).

Conclusie

Het is duidelijk dat ik de fysische en fysieke werkelijkheid die ik hiernu ervaar niet direct waarneem, maar dat ik mij indirect via geprikkelde zenuwcellen, zenuwen en de hersenen van de realiteit bewust ben. Gisteren had ik al de conclusie getrokken dat de hersenen continue opgeslagen zintuiglijke informatie uit het geheugen gebruiken om waarnemingen hiernu in- en aan te vullen. Bovendien proberen de hersenen continue te voorspellen wat er dadelijk zal gebeuren om zo efficiënt en energiezuinig mogelijk te functioneren.

Wat ik dus continue waarneem is een creatie van de hersenen en ik zal nooit – maar dan ook nooit – kunnen bewijzen dat er een fysieke werkelijkheid onafhankelijk van mij bestaat. Het is goed mogelijk dat ik net zoals Neo in de film ‘The Matrix’ in een cabine lig waarbij ik aangesloten ben op een kunstmatige simulatie. Ik kan gewoon niet bewijzen dat de werkelijkheid die ik hiernu ervaar ‘echt’ en ‘waar’ is, en ik kan ook niet bewijzen dat ik niet in kunstmatige simulatie zit. Wat ik ook probeer te begrijpen, te verklaren en te bewijzen, ik zal altijd in een vicieuze cirkel vast blijven zitten omdat ik altijd uit moet gaan van bepaalde veronderstellingen die nooit waar kunnen zijn. Hoe zou dat ook mogelijk kunnen zijn met het denken dat maar zo’n klein en nietig onderdeel is van de eenheid. Hoe zou een onderdeel van de eenheid nou het Geheel, het Ene Ding of Bewustzijn kunnen begrijpen of verklaren? Onmogelijk. ~ lzv

8 reacties op “Hoe neem ik de werkelijkheid indirect waar?

  1. Het volgende is misschien wat vergezocht in waarnemen, maar sowieso erg interessant op het gebied van bewustzijn, waarneming en beïnvloeding.

    http://atheistnexus.org/group/pantheismnaturalisticspirituality/forum/topics/rene-peoch-telekinesis

    en

    http://noosphere.princeton.edu/index.html

    Hier ook weer de vraag. Hoe werkt de beïnvloeding. Hoe wordt de informatie overgedragen en hoe beïnvloed het de realiteit. Kennelijk is biologisch leven dus in staat om de werking van computers te beïnvloeden.

    Daarop voortbordurend : Kunnen we dingen weten, zonder het te begrijpen of te verklaren. Is het denken ons enige middel om dingen te begrijpen of te verklaren ? Van nature wantrouwen we alles wat we niet kunnen begrijpen of verklaren incl onszelf 🙂 Is dat terecht ? Is dat efficient voor het brein om te doen ? Of missen we een grote informatiebron die ons kan helpen in het leven ?
    https://www.goodreads.com/book/show/369070.Dogs_That_Know_When_Their_Owners_Are_Coming_Home_Other_Unexplained_Powers_of_Animals
    Een boek over de waarneming van dieren. Wij zijn ook dieren. Dus kennelijk kunnen we de werkelijkheid ook waarnemen anders als via onze zintuigen.

  2. Ik heb nog een interessante vraag (vind ik zelf ;-). Wij zijn hsp en kunnen dus regelmatig dingen voelen die de ander voelt. Via welk zintuig gaat dat ? Hoe wordt die informatie overgebracht ?

    Daarnaast ervaart iedereen een “ik”. Dat is niet alleen een overtuiging in de vorm van een gedachte, maar we ervaren het omdat we het ook daadwerkelijk zo voelen. Hoe zit dat ?

    Als het “ik” een illusie is die we daadwerkelijk ervaren. Kunnen we dan werkelijk onze eigen realiteit scheppen met ons denken ? Zo ja, hebben we dan de controle over ons leven ?

  3. Ik heb ook een keer een (forum) discussie met iemand gehad over het feit of we nou in de Matrix leefde of niet. Hij probeerde met allemaal wiskundige toevalligheden in de menselijke geschiedenis te bewijzen dat we in een computersimulatie leefden. Hij was hier heilig van overtuigd. Hij stond echter wel open voor wetenschappelijke argumenten, want hij wilde andere mensen wetenschappelijk/wiskundig overtuigen.
    Dus ik googlen naar bewijs dat we er niet in leven. Echter is het algemene standpunt zover ik heb kunnen lezen dat we dus idd niet kunnen bewijzen dat we niet in een computersimulatie zitten. (beetje zoals God zeg maar)

    Echter denk ik 2 logica bewijzen te hebben gevonden om te bewijzen dat we niet in een computersimulatie zitten:
    De eerste is in principe voor iedereen te begrijpen. Voor een simulatie moet er een begin zijn en een simulatie kan je altijd op pauze zetten. Echter het universum heeft geen begin (wordt quantum singularity genoemd , alle wiskunde houd daar op te functioneren). Een singularity kan je niet programmeren.
    Dan kan je daar nog vast wel wat op verzinnen. Bv dat het alleen maar zo lijkt en dat onze kennis nog tekort schiet. Maar dan hebben we nog het argument dat je een simulatie moet kunnen pauzeren.
    Echter de “De onzekerheidsrelaties van Heisenberg” tonen aan dat van een deeltje nooit tegelijk de plaats en snelheid te bepalen is. Iets wat nodig is om een begin te bepalen of een pauzemoment.

    Tweede argument is in principe alleen door mensen als wij te begrijpen. Immers het gaat om verschil in dualiteit en non-dualiteit. De aard van het universum is non-duaal. Onze perceptie is altijd duaal. We kunnen immers alleen in 0 en 1 programmeren. Dus in dualiteit. Een simulatie kan nooit meer dan een duaal concept van de realiteit zijn. Zo is licht bv zowel een deeltje als een energiegolf tegelijk. Een simulatie kan slechts 1 definitie hanteren, niet allebei tegelijk.
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Dualiteit_van_golven_en_deeltjes

    • Misschien ben ik een simpele ziel, maar de argumenten die je geeft kunnen toch nooit waar zijn of zelfs maar waarschijnlijk zijn? Immers, als we werkelijk in een simulatie zouden leven, dan bepaalt de simulatie toch wat we wel of niet waar kunnen nemen met onze zintuigen en in hoeverre het denken in staat is om iets te begrijpen en verklaren binnen de dualiteit van de simulatie.

      Zoals ik ernaar kijk is het denken een fantastische middel om het denken en het ego zelf te ontmantelen, maar om de eenheid, het Geheel of een eventuele simulatie te begrijpen en verklaren is toch onmogelijk? Wat kan een vermogen als het denken nu over het Geheel zeggen? Of over een eventuele simulatie zeggen? Het denken is afhankelijk van de input die het krijgt van de hersenen en die wordt bepaald door de simulatie. Dan houdt het toch gewoon op? Het enige antwoord is in mijn beleving: we weten het niet. Het denken is echt heel nietig.

      De zintuiglijke informatie die er bij ons binnenkomt is onbetrouwbaar, onnauwkeurig en wordt continue verstoort door allerlei zaken. Bovendien wordt het door allerlei neurale circuits geleid en omgezet in zien, horen, voelen, ruiken, proeven, etc. Hoeveel variabelen en stappen zitten er wel niet tussen licht dat op het netvlies valt en we daadwerkelijk iets zien? Hoe groot is de kans dat er iets misgaat? En dan nog vullen de hersenen van alles in en aan, zelf bij een ‘Verlichte’ geest zoals jij, haha. Het is een geniale creatie waar niets over te zeggen is.

      Wat mij erg bezighoudt is wat zintuiglijke informatie zoals geur of licht nu eigenlijk is (voordat het wordt waargenomen door mijn zintuigen). Waar komt het vandaan? Je zou kunnen zeggen dat het ‘er gewoon is’, maar wie zegt dat dat niet gesimuleerd ‘aangeboden’ wordt? Er is gewoon niets over te zeggen. En al helemaal niet door wiskundigen, haha. Economen (gebruiken ook heel veel wiskunde) hebben daar ook een handje van, alsof wiskunde dan iets verklaart en rechtvaardigt, alsof het de waarheid representeert. Hoogmoed en dan keihard vallen met alle wiskundige cijfers en symbolen.

      • Ik denk dat je een simpele ziel bent, tenzij je natuurlijk deze wetten in de quantum mechanica kan weerleggen als onwaar. Ik wens je er veel succes mee 🙂

        Het denken ontmantelt niks. Het ontmantelt alleen wat je denkt te weten. Zoals je vaak maar elke keer weer denkt dingen te weten. Dat het denken niks kan zeggen over het geheel is niet een argument tegen, maar juist precies mijn punt. Kennelijk ben je niet in staat mijn argumenten te begrijpen. Of heb je niet de tijd genomen om er goed over na te denken.

        Een simulatie bepaald alleen de input. Het bepaald niet de capaciteit en mogelijkheden van ons brein, die zijn immers ook genetisch bepaald. De simulatie kan alleen aanbieden wat ons brein in staat is te begrijpen cq in staat is waar te nemen. Het kan het wel beïnvloeden natuurlijk.
        Een simulatie is gecreëerd door het denken. Door wie anders ? Het denken kan het dus per definitie kunnen snappen en ontmantelen.

        Je zegt zelf dat er niks te zeggen is over de realiteit via wiskunde. (wat niet waar is natuurlijk, concepten van de realiteit zeggen wat over de realiteit, het is alleen niet de realiteit) Hoe kan het dan een simulatie zijn ! Dat is wiskunde lekkere schat. Of het universum is een simulatie en dus wiskunde of niet.

        Je hele argument staat op de veronderstelling dat we in een simulatie leven. Bewijs of argumenten die staan op de veronderstelling dat we in een simulatie leven kunnen natuurlijk nooit bewijs zijn voor het feit dat we in een simulatie kunnen leven. Dat is gewoon logisch 🙂

    • Wat ik in het kort eigenlijk wilde zeggen is dat:

      – Onduidelijk is of zintuiglijke prikkels bestaan voordat ze worden waargenomen –> we nemen aan van wel, maar is dat zo? Kunnen we nooit weten.

      – Zintuiglijke waarnemingen zoals ‘zien’ onbetrouwbaar, onnauwkeurig en indirect zijn, zowel bij ‘Verlichte’ als onverlichte mensen.

      – De hersenen continue zintuiglijke waarnemingen aan- en invullen met opgeslagen zintuiglijke informatie uit het geheugen. De hersenen handhaven een intern model van de werkelijkheid die aan wordt gepast indien de voorspelde zintuiglijke waarnemingen significant afwijken van de daadwerkelijk waargenomen zintuiglijke waarnemingen.

      – Alle drie voorgaande punten vastgesteld zijn met behulp van het denken/de hersenen –> een onderdeel probeert het Geheel, Bewustzijn of de simulatie te begrijpen en verklaren. Het kan gewoon nooit kloppen. Onmogelijk. Hoe waarschijnlijk en fantastisch een verklaring er ook uit lijkt te zien.

      – Verklaren en begrijpen blijft een kip-ei verhaal omdat het we met behulp van onze beperkte, onbetrouwbare en onbetrouwbare zintuiglijke waarnemingen onze zintuiglijke waarnemingen en werkelijkheid (die we waarnemen) proberen te verklaren. En dan heb ik het nog niet eens over de nietigheid en beperktheid van het denken t.o.v. het Geheel of de simulatie.

      – Tot slot, niemand is er nog in geslaagd om te begrijpen en verklaren (en dat kan ook niet) hoe het mogelijk is dat ik mij bewust ben van een zintuiglijke waarneming (wat dus de relatie/het verband is met het bewustzijn). Het is fantastisch dat er bijvoorbeeld vast is gesteld dat o.a. de visuele cortex aan de achterkant van de hersenen verantwoordelijk is voor ‘zien’, maar daarna houdt het verhaal op. En dat zal altijd zo blijven.

      Ik blijf erbij dat je nooit ‘een groter iets’ kan begrijpen en verklaren met de middelen die daar onderdeel van zijn. Welke theorie jij of iemand anders ook in de strijd gooit, de theorie zal altijd gebaseerd zijn op onze beperkte zintuiglijke vermogens, het denken en de hersenen die er zelf een fantastische creatie van maken.

      • Niks van wat je hier vertelt is nieuw voor mij. Dit weet ik al jaren. Ik ben degene die je geadviseerd heeft dit uit te zoeken weet je nog hahaha.

        Jij maakt helaas dezelfde beperkte denkfout zoals zoveel mensen ( in vele discussies) . Omdat je niet kan bewijzen of weten wat het universum wel is, betekent niet dat je niet kan bewijzen wat het niet is.

        Zo is bv wetenschappelijk bewezen dat determinisme niet bestaat.

        Het is hetzelfde als verlichting. Ik kan je niet vertellen wat het wel is, maar ik kan je wel vertellen wat het niet is. Als je goed had opgelet , had je dit al moeten weten/opvallen 🙂

        Simpelste voorbeeld:
        Je kan misschien niet bewijzen dat alle zwanen wit zijn, immers daarvoor zou je letterlijk alle zwanen moeten observeren en met zekerheid kunnen zeggen dat je alle zwanen kan observeren. Echter als iemand stelt “ik geloof dat alle zwanen wit zijn” kan je niet beargumenteren dat gezien het nooit te bewijzen is , dan het dan waar kan zijn omdat je er toch niks over kan zeggen. Immers ik hoef alleen maar te bewijzen dat er 1 zwarte zwaan is. Snappie.

        Dus bewijzen dat we wel in een simulatie leven is misschien niet mogelijk. Maar bewijzen dat we er niet in leven is mijns inziens dus wel mogelijk 🙂
        Mijn argument is immers: “Kijk!, een zwarte zwaan”.

        • Dank! Het principe van bewijzen dat iets niet waar is, is cruciaal bij elk (zelf)onderzoek. Op de één of andere manier was dit principe weggezakt, ik heb het nota bene op de universiteit gehad tijdens ontwerpen van onderzoeken, haha.

          Daarom heb ik altijd moeite gehad met de vraag “wie ben ik?”, omdat het een antwoord suggereert –> grote egovalkuil. Ik vind het zelf geen effectieve vraag en gebruik op dit moment volgens ‘het bewijzen dat ik het niet ben’-principe de vraag “ben ik …?”. En dan kan ik op de … elk object invullen die ik wil onderzoeken, zoals: het denken, het lichaam, de opvoeding, het trauma, de naam, leeftijd, etc. En ik vind het echt leuk om naar tegenbewijs op zoek te gaan 🙂

Reacties zijn gesloten.