Wat is het verschil tussen leren en herinneren en herkennen?

Leestijd: 5 minuten

16:00 – U.G. Krishnamurti wijst erop dat er binnen de structuur van het ego en het ‘ik’ geen heden bestaat, maar dat opgedane kennis uit het verleden continue in het NU en de toekomst wordt geprojecteerd. Ik ‘inner-weet’ dat dit klopt en waar is, alleen is het niet mijn levende werkelijkheid. In dit bericht wil ik onderzoeken wat precies het verschil is tussen iets leren, iets herinneren en iets herkennen. En wat het geheugen hiermee te maken heeft. Ik hoop hiermee beter inzicht te krijgen in de werking van de hersenen en waarom een ‘Verlichte’ wel objecten kan herkennen, maar het verleden niet achter zich aansleept door continue opgedane kennis in het NU en de toekomst te projecteren.

Leren definitie

Op de website ‘The brain from top to bottom’ staat dat leren het proces is waarin gedrag dat erop volgt een relatief permanente verandering ondergaat, wat wordt uitgedrukt in een toename in kennis, vaardigheden, begrip of inzicht met behulp van opgeslagen herinneringen. Aan de gedragsverandering zijn geen voorwaarden of vereisten verbonden hoe dat eruit zou moeten zien. Ik kan bijvoorbeeld leren fietsen, leren knuffelen, leren schelden, leren tuinieren, leren zoenen of leren moorden. Ik kan dus letterlijk alles leren omdat het de hoofdactiviteit van de hersenen is. Aan leren of het geleerde hangt dus vooraf geen waardeoordeel, maar het denken kan op basis van (aan)geleerde normen en waarden tijdens of achteraf wel een oordeel over het leren of het geleerde vellen. Leren in zijn oorspronkelijke vorm is dus een ‘neutrale’ activiteit van de hersenen.

Het expliciete en impliciete langetermijngeheugen

Er bestaan verschillende vormen van langetermijngeheugen, welke als eerste kan worden onderverdeeld in expliciet geheugen (verklarend) en impliciet geheugen (niet-verklarend). Zonder hier verder diep op in te gaan blijkt dat dingen die gecodeerd zijn in het impliciete geheugen automatisch kunnen worden herinnerd, zonder dat ik hier bewust moeite voor hoef te doen. Hieronder vallen bijvoorbeeld vaardigheden als fietsen, emotionele conditioneringen en geconditioneerde reflexen. Echter, om bewuste feiten en dingen te herinneren uit het expliciete geheugen dien ik moeite te doen, maar door slechte codering in het geheugen, onvoldoende consolidatie of moeite met het ophalen van informatie, kan het zijn dat zintuiglijke informatie of kennis verloren is gegaan. Mijn persoonlijke ervaring is dat bewuste aandacht bij het leren en opnemen van zintuiglijke informatie belangrijk is om deze op te slaan in het expliciete geheugen, en bijvoorbeeld ook om juiste verbanden te leggen en juiste conclusies te trekken. Bewuste aandacht is dus essentieel.

Het geheugen definitie en gereconstrueerde herinneringen

Op de website ‘The brain from top to bottom’ staat dat het geheugen of herinnering het vermogen is om eerdere ervaringen te onthouden en het per definitie associatief is. Ik zal een nieuw stukje informatie beter kunnen onthouden als ik het kan associëren met eerder verworven kennis die al stevig verankerd is in het geheugen. Verder zijn alle herinneringen die ik heb gereconstrueerde herinneringen; het zijn producten van wat ik oorspronkelijk heb ervaren én alles wat er naderhand plaatsvond. De reden hiervoor is dat de hersenen maar stukjes en beetjes zintuiglijke informatie detecteren, coderen en – op verschillende delen van de hersenen – opslaan. Het gevolg hiervan is dat gereconstrueerde herinneringen altijd onnauwkeurig en gedeeltelijk zijn; de hersenen vullen de zintuiglijke informatie die niet aanwezig is automatisch in én aan op basis van gevolgtrekking, speculatie en bronnen van informatie die tot mij kwamen na de oorspronkelijke ervaring zonder dat ik mij hier bewust van ben.

Hedendaagse wetenschappers zien herinneren dus niet als het simpel ophalen van onveranderlijke momentopnames en indrukken, maar eerder als een voortdurend proces van opnieuw categoriseren en indelen van opgeslagen zintuiglijke informatie als gevolg van continue veranderingen in de neurale paden, neurale netwerken en de parallelle verwerking van zintuiglijke informatie in onze hersenen. Anders gezegd, opgeslagen herinneringen zijn continue aan verandering onderhevig.

Relatie tussen leren, herinneren en het geheugen

Het geheugen is essentieel om te kunnen leren, of ik nu bewust leer of niet. Het geheugen stelt mij in staat om geleerde informatie op te slaan en (later) weer op te halen. Het geheugen of herinnering is eigenlijk niets anders dan gegevens die zijn bewaard als gevolg van een leerproces. Leren kan dan ook gelijk worden gesteld aan coderen, wat de eerste stap is in het proces van onthouden – zie ‘The brain from top to bottom’.

Het geheugen is dus afhankelijk van leren, maar is leren ook afhankelijk van het geheugen? Het blijkt, zoals eerder gezegd, dat opgeslagen kennis in het geheugen nieuwe zintuiglijke informatie via associatie van structuur voorziet. En hoe uitgebreider de structuur van bestaande kennis, hoe makkelijker er nieuwe kennis aan verbonden kan worden. Conclusie: leren en het geheugen zijn dus wederzijds afhankelijk van elkaar.

Wat is het verschil tussen herinneren en herkennen van een object?

Op de website ‘The brain from top to bottom’ staat dat op het moment dat ik een object waarneem, groepen neuronen (zenuwcellen) in verschillende delen van mijn hersenen de zintuiglijke informatie over vorm, kleur, geur, geluid, etc. verwerken. De hersenen maken dan verbindingen tussen deze verschillende groepen neuronen – een zogenaamd neuraal netwerk – en deze relaties vormen mijn subjectieve waarneming van het object. Telkens wanneer ik hetzelfde object waarneem wordt het relevante neurale netwerk geactiveerd en wordt de opgeslagen informatie vergeleken met de nieuwe zintuiglijke informatie, en – indien nodig –  wordt het interne model van het object in de hersenen geüpdatet.

Als ik mij het object ook bewust wil herinneren, dan dien ik de neurale verbindingen opnieuw op te bouwen. Dit proces wordt uitgevoerd door de hersenschors (cerebrale cortex) en beïnvloedt het neurale netwerk dat wordt gebruikt voor de herkenning van het object. Immers, zoals ik eerder in dit bericht heb beschreven zijn alle gereconstrueerde herinneringen onvolledig, onnauwkeurig en onbetrouwbaar, en vullen de hersenen de zintuiglijke informatie die niet aanwezig is in en aan op basis van gevolgtrekking, speculatie en bronnen van informatie die tot mij kwamen na de oorspronkelijke zintuiglijke waarneming. Conclusie: bewuste gereconstrueerde herinneringen verschillen significant met automatische herinneringen die in eerste instantie door de hersenen werden gebruikt voor het herkennen van een object.

Conclusie

Uit de informatie die ik heb verzameld blijkt dat er verschillende delen van de hersenen betrokken zijn bij het opslaan én ophalen van zintuiglijke informatie en kennis om objecten te herkennen en te herinneren. Verder is mij duidelijk geworden dat alle opgeslagen zintuiglijke informatie en kennis voortdurend aan verandering onderhevig is en bovendien altijd onvolledig, onbetrouwbaar en onnauwkeurig is. De hersenen mogen dan efficiënt en energiezuinig functioneren, ze zijn ook erg feilbaar en imperfect als het gaat om herkenning, herinnering en (dus) het creëren van mijn subjectieve werkelijkheid.

Wat mij verder duidelijk is geworden, is dat de zintuiglijke informatie en kennis die is opgeslagen in het expliciete geheugen waarschijnlijk (mede)verantwoor-delijk is voor de afgescheiden ervaring van het ego en het ‘ik’. Al die zintuiglijke informatie en kennis is automatisch in het expliciete geheugen terechtgekomen zonder dat ik mij ervan bewust was of deze informatie en kennis überhaupt waar, bruikbaar, waardevol en niet schadelijk is. Ik heb zo’n vermoeden dat het denken een belangrijke rol speelt – door verbanden te leggen en conclusies te trekken – bij het opslaan van zintuiglijke informatie en kennis in het expliciete geheugen.

Tenslotte, het herkennen en bewust herinneren van opgeslagen zintuiglijke informatie en kennis wordt door verschillende delen van het lange termijn geheugen geregeld. Als ik dus zintuiglijke informatie en kennis die is opgeslagen in het expliciete geheugen onderzoek op waarheid, en vervolgens doorzie en loslaat, dan ben ik nog steeds in staat om objecten te herkennen ondanks dat ik er geen waarheid en betekenis meer aan verleen. Als gevolg hiervan laat ik het verleden stap voor stap achter mij en projecteer ik steeds minder opgeslagen zintuiglijke informatie en kennis in het NU en de toekomst in; ik neem de realiteit hiernu steeds meer waar zoals deze daadwerkelijk is. ~ lzv

Een reactie op “Wat is het verschil tussen leren en herinneren en herkennen?

  1. Ik denk dat je gedurende je zoektocht (of ooit) iets aangedragen hebt gekregen
    (Advaita?) wat je wilt omarmen maar eigenlijk niet kúnt omarmen.
    Je wilt het, omdat het aangedragen werd door wat in jouw optiek ‘verheven’of ‘verlichte’ mensen zijn.
    Daardoor schiet je voor je gevoel voortdurend tekort. Gekoppeld aan het verlangen het ‘goed’ te doen is dat het recept om in de knoei te raken. Je doet aan zelfkastijding. Wat heeft dat je tot nu toe gebracht..?
    Oplossing? Alles vergeten wat ‘ze’ je hebben wijsgemaakt en ‘ego’ geen vies woord vinden. Mild zijn voor jezelf en niet meedogenloos.. Accepteren dat je het niet kunt accepteren. Niemand weet hoe namelijk hoe ‘het’ precies zit. Ook de leraren niet.
    Het leven is echt te kort om het op deze manier te verknallen.

    When you dig down deep,
    you lose good sleep.
    And it makes you
    heavy company.

    Joni Mitchell

Reacties zijn gesloten.