De holle kern van het ego ~ De paradox van zelfacceptatie

Leestijd: < 1 minuut

17:00 – Het ego heeft een holle kern en daarmee dus eigenlijk geen kern. Alle overtuigingen, concepten en ideeën mogen met elkaar samenhangen en sterk verbonden zijn met elkaar, maar de Waarheid is dat het ego geen kern én geen substantie heeft. Simpel gezegd: er is gewoon ‘niets’. Ik (het ego) creëer alles vanuit het ‘niets’ zonder dat ‘iets’ daadwerkelijk substantie heeft. Ik (het ego) creëer ‘iets’ vanuit het ‘niets’ en vecht met alles wat ik in mij heb om de verhaaltjes waar ik in geloof in stand te houden.

Degene die zelfonderzoek doet is het ego. Degene die aan zelfonderzoek onderworpen wordt is het ego. De onderzoeker en het onderzochte hebben beiden niets met ‘mij’ als het Geheel, het Ene Ding of Bewustzijn te maken. ‘Ik’ ben datgene waar het hele schouwspel in verschijnt.

De paradox van zelfacceptatie

Er bestaat niet zoiets als ‘mijzelf accepteren’, want op het moment dat ik dat werkelijk doe, dan ben ik er niet meer. De aard van het zelf is afwijzing. Het zelf bestaat alleen bij de gratie van afwijzing van het Leven, de realiteit en ‘Dat Wat Is’. Zonder afwijzing geen zelf. Het idee dat ik mijzelf überhaupt kan accepteren is een lokkertje en een leugen, omdat het letterlijk onmogelijk is om te doen. Ik kan mijzelf niet accepteren, omdat ik (zoals ik mijzelf ken) alleen kan bestaan als ik ‘mijzelf’ als het Geheel, het Ene Ding of Bewustzijn afwijs. Ik ben een uitdrukking van zelfafwijzing. Een uitdrukking van zelfafwijzing kan zichzelf onmogelijk accepteren. De enige manier om mijzelf te accepteren is ervoor zorgen dat ik mijn gehechtheid aan mijzelf (lees: het ego of het denken) doorsnijdt, maar dan ben ik er zelf ook niet meer. Dit is de paradox van zelfacceptatie. ~ lzv