‘Iets’ kan alleen bestaan bij de gratie van het tegenovergestelde ervan

Leestijd: 2 minuten

17:30 – ‘Iets’ kan alleen bestaan bij de gratie van het tegenovergestelde ervan. ‘Iets’ kan niet op zichzelf bestaan. Als ik streef naar ‘iets’, dan creëer ik automatisch het tegenovergestelde ervan hiernu. Als ik ‘iets’ probeer te krijgen, realiseren, bereiken, dan bevestig ik automatisch het tegenovergestelde ervan hiernu en houd ik het in stand. Ik kan mij onmogelijk met één kant van een medaille accepteren; één kant accepteren is beide kanten accepteren.

Andersom geldt het ook. Als ik weerstand bied tegen ‘iets’, dan geloof ik automatisch in het tegengestelde ervan. Ik kan nooit ‘iets’ accepteren door te vechten tegen het tegenovergestelde ervan. Ik kan ook nooit winnen van ‘iets’ door ertegen te vechten. Het is zinloos en onmogelijk. Ik kan het nooit winnen. De enige manier ‘om van ‘iets’ af te komen’ is beiden kanten van dezelfde medaille als illusionair te herkennen, te doorzien en mijn gehechtheid eraan los te laten.

Bijvoorbeeld: door te streven naar ‘het goede’ (wat ik daar ook onder mag verstaan), creëer en bevestig ik automatisch hiernu de ervaring van ‘het slechte’. Hoe meer ik streef naar ‘het goede’, des te heftiger en intenser mijn ervaring van ‘het slechte’ hiernu zal zijn. ‘Het goede’ is overigens onbereikbaar en hopeloos buiten mijn bereik. Immers, ook al bereik en ervaar ik ‘het goede’ (het idee dat ik erover heb), het zal mijn overtuigingen en ideeën over ‘goed’ en ‘slecht’ niet veranderen, waardoor ik weer naar iets anders ‘goeds’ zal streven en daarmee weer mijn eigen lijden hiernu opnieuw zal creëren . Het is een oneindig verhaal.

Ik zal overigens nooit meer ‘goeds’ kunnen ervaren dan wanneer ‘ik’ identiteitsloos ben en mijn gehechtheid aan het ego heb losgelaten. Ik kan (als het ego) een goed gevoel ervaren als ik ‘het goede’ dat ik voor ogen had bereik of realiseer, maar dat zal altijd tijdelijk van aard zijn en nooit ‘het goede’ kunnen overtreffen dat ik in mijn natuurlijke staat kan ervaren. Wat dat betreft levert leven zonder controle ‘mij’ het meeste op, alleen weet ik niet ‘wat ik dan krijg’.

Het ego zorgt voor een daling van mijn basisniveau van welzijn en welbevinden

Een manier om naar het ego te kijken is als een verslaving. Identificatie met het ego zorgt voor een aanzienlijke daling van mijn oorspronkelijke basisniveau van welzijn en welbevinden  (bijvoorbeeld van 100 naar 80), en vervolgens probeer ik (lees: het ego) met allerlei weerstanden tegen ‘het slechte’ en streven naar ‘het goede’ mijn basisniveau van welzijn en welbevinden te verhogen, wat alleen tijdelijk mogelijk is.

Hoe groter de zelfafwijzing, des te negatiever het zelfbeeld is dat iemand heeft, wat weer resulteert in een lager basisniveau van welzijn en welbevinden (bijvoorbeeld van 100 naar 70, 60 of 50). De clou is dus om niet het maximale uit mijn identiteit te willen halen – wat hoogstens kan leiden tot regelmatige ervaringen van goede gevoelens (= verslaving), maar om mijn hele identiteit achter mij te laten – zowel ‘het goede’ als ‘het slechte’ – en dankbaar te zijn voor wat het Leven mij schenkt tot het moment dat ik sterf en het fysieke lichaam achter mij laat. ~ lzv