Het ego gelooft in kennis, omdat het niets anders dan het geloof in kennis is

Leestijd: 2 minuten

19:00 – Het ego/het denken gelooft in kennis, omdat het ego niets anders is dan het geloof in kennis. Kennis moet volgens het ego/het denken wel waar zijn, omdat het ego gelooft dat het zelf waar is (= gelooft dat het bestaat). Het ego is totaal afhankelijk van voor waar aangenomen kennis. Het ego kan onmogelijk bestaan van kennis die geen betekenis en waarde heeft (= kennis binnen het Geheel).

Het Geheel kan niet geloven in kennis, omdat er binnen de eenheid van het Geheel niets waar is. Alles is even betekenisvol als betekenisloos; het maakt niet uit welk stempeltje ik erop plak, omdat een woord, concept, idee, overtuiging, gedachte, etc. per definitie nooit de realiteit kan vatten, representeren, verklaren en er iets over zeggen. Er valt gewoon niets te zeggen over de ultieme realiteit, al gelooft het ego/het denken van wel. Dat is de frustratie waar ikzelf mee worstel.

Het ego/het denken gelooft in paren van tegenstellingen en daarmee in beide kanten, maar heeft altijd een voorkeur, omdat het er identiteit, eigenwaarde, het gevoel iemand/persoon te zijn, zelfbeeld, gevoelens en emoties aan ontleent. Het ego/het denken ‘vergeet’ vaak (bewust) één kant en zoekt continue naar bewijzen en argumenten voor de andere kant waar het een voorkeur voor heeft – en volhardt daar volledig in.

Aangezien het ego/het denken totaal afhankelijk is van geloof en kennis, moet het wel blijven geloven in de dingen die het gelooft, want anders bestaat het (uiteindelijk) niet meer. Het ego/het denken kan zichzelf alleen maar als afgescheiden entiteit blijven waarnemen en ervaren als het blijft geloven in iets. Wat, dat maakt geen donder uit. Wat dat betreft is het ego/het denken niet zo kieskeurig als het lijkt. Zodra zijn eigen ondergang en niet-bestaan om de hoek komen kijken, grijpt het ego/het denken werkelijk aan alles vast en verzet het zich tot zijn laatste stuiptrekking. ~ lzv