Angst om echt mijzelf te durven zijn in contact met anderen

Leestijd: 3 minuten

11:30 – Ik zit sinds gistermiddag, toen ik van een bedrijfsuitje uit Bremerhaven (Dld) kwam, met een enorme blokkade waar ik nog weinig aandacht aan heb besteed. Ik heb mijn gedachten de afgelopen uren als afweer bestempeld en de zelfafwijzing in de geest proberen te doorzien, maar het mag in beide gevallen niet baten.

Op de terugweg in de bus vanuit Duitsland accepteerde ik mijzelf hoe ik mij voelde. En het handelen dat eruit voortkwam ervoer ik als gemakkelijk, simpel en moeiteloos. Ook in contact met anderen. Waar het achteraf ‘fout’ ging, is toen ik samen met een collega terugfietste naar huis. Hij heeft een zeer sterke specifieke afweer (heel stelling verhalen vertellen en vooral ‘zenden’ in contact) en ik ging daarin mee, ondanks het feit dat ik hem daar de vorige avond op geattendeerd had. Hij herkende het en kon zich voorstellen dat anderen daar last van hadden. Ik zat dus duidelijk in de angst voor afwijzing en valse hoop afweer – door het niet te zeggen – op het moment dat we samen fietsten.

Op de heenreis, afgelopen vrijdag, voelde ik al enorme angsten; ik durfde mijzelf niet te accepteren in het bijzijn van 50 collega’s. Ik liet alles eigenlijk helemaal over ‘aan het lot’ en eindigde op de achterbank in de hoek naast een saaie collega. Niet heel inspirerend, maar wel tekenend dat ik mijn eigen voorkeuren in gezelschappen niet durf te volgen. Dat wat ik wil niet durf te volgen; dat wat ik wil niet durf te zeggen, niet naar durf te handelen, en niet durf te uiten uit angst voor afwijzing van de groep. Uit angst dat anderen daar wat van vinden. Ik ben constant bezig met andere mensen, en doe eigenlijk constant niet wat ik WIL vanuit niet-angst of niet-behoefte. Oftewel, ik handel constant vanuit angst in contact met anderen en ervaar angst of afweer in de vorm van lichamelijke spanning.

  • Ik blijf maar geloven dat ik niet mag bestaan  = primaire afweer.
  • Ik blijf maar geloven dat ik niet mag zeggen wat ik werkelijk vind (uit angst anderen te kwetsen, voor het hoofd te stoten of afgewezen te worden) = angst voor afwijzing.
  • Ik blijf geloven dat anderen belangrijker zijn dan ik = primaire afweer.
  • Ik blijf geloven dat ik anderen nodig heb om te blijven bestaan = primaire afweer.
  • Ik blijf geloven dat er iets mis is met anderen (= valse macht afweer) en dat ik verantwoordelijk ben om hen daarop te wijzen (= valse hoop afweer).
  • Ik blijf mijzelf betekenis geven in contact met anderen door niet te handelen vanuit niet-angst en niet-behoefte, maar juist door te handelen vanuit angst, primaire afweer, valse hoop en valse macht → dan geloof ik dat ik besta en betekenis heb voor mijzelf.
  • Ik blijf geloven dat ik niet mag zeggen wat ik denk, want anders word ik afgewezen (of buiten de groep gezet) = angst om te falen.
  • Ik zei niet tegen mijn collega: je zit (weer) in je oude patroon/afweer en ik heb daar last van, omdat ik dan geen betekenis meer zou hebben; omdat ik dan niet meer zou bestaan (ik zou mijn oude patronen van angst voor afwijzing, angst voor niet-bestaan, primaire afweer, valse hoop en valse macht (moeten) loslaten).

Conclusie: als ik dus niet eerlijk ben richting mijzelf over de afweren waar anderen in kunnen zitten en vaak naar handelen (en wat het met mij doet), dan ga ik automatisch ook in de PA, VH en VM. Ik ben bang om anderen daarop aan te spreken, omdat ik bang ben afgewezen te worden. Het ego is bang om afgewezen te worden → angst om geen betekenis te hebben → angst om niet (meer) te bestaan → angst voor de dood.