Wat is het verschil tussen een gedachte en een overtuiging?

Een belangrijk onderdeel van zelfonderzoek is het onderzoeken van de verschillende begrippen, concepten en systemen die van invloed zijn op het maken van keuzes én mijn gedrag in het NU. Daarop stuitte ik op de volgende vraag:

“Wat is het verschil tussen een overtuiging en een gedachte? Hoe weet ik dat?”

Een gedachte is voor mij per definitie emotieloos en kan verschijnen in bewustzijn zonder dat ik er iets mee moet of hoef. Een overtuiging daarentegen zit emotionele lading aan – dat kan zowel positief als negatief zijn, omdat ik ervan overtuigd ben dat de overtuiging waar is. De emotionele lading zorgt voor ‘bewijs’ van de overtuiging, maar is volgens mij ook het resultaat van het geloof erin. Dus de emotionele lading heeft een zelfversterkend effect op de overtuiging → het houdt de overtuiging in stand.

Een overtuiging is altijd onderdeel van het ego, omdat ik geloof dat de overtuiging waar is. Vanaf het moment dat ik een overtuiging op waarheid heb onderzocht en doorzie, verliest de overtuiging direct zijn kracht en ervaar ik er ook steeds minder emotionele lading bij → de betovering is verbroken.

Een overtuiging

  • Een overtuiging is altijd waar.
  • Een overtuiging heeft altijd een bepaalde mate van emotionele lading – positief of negatief.
  • Een overtuiging is vaak dwingend en repeterend.
  • Een overtuiging neemt ‘bezit van mij’.
  • Ik ben altijd gehecht (positief of negatief) aan een overtuiging = identificatie = onderdeel van het ego = ‘mij’ en ‘ik’.

Het doorzien van een overtuiging leidt tot scheiding van de gedachte en de emotionele lading → ze versterken en bewijzen elkaar niet meer. De gedachte en emotionele energie zijn vanaf dat moment twee onafhankelijke verschijningen in bewustzijn, die allebei steeds meer hun kracht verliezen omdat ik ze geen macht meer geef door erin te geloven. Lees verder

Elke identificatie met een gedachte is een controlemechanisme op zich

10:00 – De titel van dit bericht zou ook kunnen zijn: ‘elke gedachte die ik geloof is een afweermechanisme op zich’ of ‘elke gedachte waar ik mij mee identificeer is een afweermechanisme op zich’. Een controlemechanisme = een afweermechanisme en vice versa. Aan de andere kant kan een gedachte ook zonder lading verschijnen in mijn bewustzijn zonder dat ‘ik’ er iets mee moet. Een gedachte verschijnt dan in bewustzijn en verdwijnt er net zo gemakkelijk weer uit → geen identificatie = geen probleem.

Op 9 augustus 2018 is het pijnlichaam volledig in mij opgelost, wat echt een zeer bevrijdende ervaring was. Ik ervaar hiernu geen pijn en geen angst meer. Waar ik wel enorm last van heb is het denken, omdat zijn kracht enorm lijkt te zijn toegenomen na het oplossen van het pijnlichaam. Dat is nu de realiteit, dat is waar ik mee te dealen heb. Het denken richt zich nu voornamelijk niet meer op het verleden, trauma’s en slachtofferschap, maar gebruikt zijn volledige kracht om ‘mijn overleving’ veilig te stellen via de toekomst. Dit uit zich in de volgende neigingen en drangen: plannen, controleren, sturen, voorbereiden, in de gaten houden, ‘iets’ willen, dingen bedenken, etc. Lees verder

Wie ben ik? → Ben ik …? → Kan ik het tegendeel bewijzen?

17:30 – In het ‘nature versus nurture’ debat, oftewel de discussie over aanleg of opvoeding (omgeving), proberen wetenschappers te verklaren waarom ik eruit zie zoals ik zie en waarom ik mij gedraag zoals ik mij gedraag. Kortom, al bijna 100 jaar proberen wetenschappers een verklaring te vinden voor mijn uiterlijk, karakter, gedrag, eigenschappen, kenmerken, etc. en het is ze nog steeds niet gelukt. Ik ben op dit moment het boek ‘De appel en de boom’ van René Kahn aan het lezen waarin duidelijk wordt dat de gangbare opvatting steeds meer richting aanleg én opvoeding (omgeving) gaat in plaats van aanleg óf opvoeding.

In tegenstelling tot de wetenschappers van het aanleg of opvoeding debat probeer ik geen verklaring te vinden waarom ik ben wie ik ben of wat mij maakt tot wie ik ben, maar er ‘gewoon’ achter te komen wie ik ben. Het verschil is dat ik geen verklaring probeer te vinden voor datgene waarvan ik geloof dat ik dat ben, maar dat ik kritisch onderzoek of ik datgene überhaupt wel kan zijn. En dit probeer ik te realiseren door het tegendeel ervan te bewijzen, waarmee datgene wat ik geloof te zijn als absoluut onwaar kan worden gekwalificeerd. Dat kan ik dan loslaten en vervolgens mijn zoektocht naar het antwoord op de vraag “wie ben ik?” hervatten. Lees verder